Critical Reflective Practice

Critical Reflective Practice: a speculative research by design.

Formulering van een (jouw?) actuele architectuurpraktijk in een netwerkomgeving, gekoppeld aan een persoonlijke visie of een case die zich situeert in een kwetsbare context en die zich vertaalt in een (on)zichtbare architectuur.

Het actuele spanningsveld tussen

enerzijds:

een opgedreven mediatisering en het nietszeggend bouwen dat onder onder andere toelsaat onder de vorm van een nietsontziende bouwwoede,

en anderzijds:

architectuurpraktijken—vaak op kleinere schaal—die zich daar tegen verzetten in meer kritische ‘ways of practice’ is het uitgangspunt van dit onderzoek.

Vaak is deze iconische architectuurproductie zelf-referentieel en distantieert zij zich van relevante maatschappelijke vragen (de ‘context’), of heeft zij zelfs geen enkele inhoudelijke ambitie meer (zie boven).

De masterproef neemt een duidelijk standpunt in in dit spanningsveld en gaat op zoek naar nieuwe praktijken. De masterproef doet dit door betekenisvolle alternatieven/onderstromen/tegenculturen te traceren/genereren door middel van het ontwerpen van nieuwe architectuur-proposities, door de haalbaarheid van deze proposities te bewijzen (het materialiseren en anatomiseren ervan in hun contexten) en door deze zorgvuldig te situeren in de architectuurdiscipline. Vanuit deze masterproef kunnen deze nieuwe praktijken als veelvuldige ‘vervolgpraktijken’ infiltreren naar het hart van de discipline. Daardoor wordt de impact-factor van deze actie groter.

De student beantwoordt deze vraag door middel van het ontwerpen van een ‘afwezige’ architectuur in een kwetsbare context. (On)Gezien op het eerste zicht, maar bij nader toezien … De nieuw ontworpen architectuur wordt één met het ‘maquis’ van de context. Opgaan in dit ‘maquis’ verhoogt het impact-potentieel van het nieuwe werk (guerilla tactics).

Hiermee wordt de student gevraagd een standpunt in te nemen ten opzichte van zowel de ma’s tu vu-ambities van de iconische architectuur als ten opzichte van de massale bouwproductie die elke ambitie richting betekenis heeft opgegeven, en maakt zij/hij haar/zijn eigen kritische en reflectieve praktijk.

Deze kritische reflectieve praktijk wordt pas effectief als de maakbaarheid ervan gedemonstreerd wordt door de student. Om deze reden wordt verwacht dat de student het ontwerp bedenkt vanuit/gericht naar de maakbare materialiteit en het fysiek bouwbare. De architect en de materie, oog in oog met elkaar. Op deze manier stelt de student zichzelf in staat haar/zijn meesterschap—Master in de Architectuur—te bewijzen en de eerste versie van haar/zijn kritische reflectieve praktijk gestalte te geven (disciplinary future self).

Het geheel (o.a. ook de intieme dialoog met de context), het fragment (de strategische tussen-schaal) en het architectuurdetail zijn de drie schalen waarop de student oordeelkundig zal opereren in dit ontwerpend onderzoek. Deze drie schalen worden geïntegreerd bespeeld doorheen het volledige proces, met alternerende accenten op één van deze schalen. De architectuurtekening, en zeker de verticale doorsnede, zal als specifiek en discipline-eigen instrumentarium een centrale plaats innemen in de onderzoeksmethode van deze masterproef.

Programma: is vrij door de student te bepalen, maar zal voortkomen uit een zorgvuldige analyse van de gekozen kwetsbare context.

Met het selecteren van de kwetsbare context en het definiëren van het programma formuleert de student mee de onderzoeksvraag.

De studio-werking is gebaseerd op een dialogale high trust-samenwerking tussen student en promotor die verder wordt ingebed in een netwerk met de co-promotor en de eventuele mentor.

De studio-setting resulteert op deze manier in een netwerk waarbij verschillende actoren worden betrokken. Dit netwerk vormt een interdisciplinaire Community of Practice waarin de student kan komen tot een betere ordening van zijn/haar onderzoeks- en ontwerphandelingen, en waarin de individuele processen preciezer worden gevoed en gecalibreerd.

De student krijgt structureel de tijd om zijn/haar onderzoeksproblematiek te formuleren, wat binnen het kader van deze opdracht neerkomt op een zo precies mogelijke formulering van het disciplinary future self van en door de student. Dat maakt dat deze zoektocht, dit proces een substantieel deel is van de finale output.

De student wordt in dit proces begeleid via verschillende methodes en oefeningen, zoals: Case-Issue-Method, Matrix Method, Self Observation, Memo Writing, …

Ingevolge de specificiteit van het onderzoeksspoor dat elke student uitzet zal de ouput per student een specificiteit hebben.


Maar: deze masterproef geeft een belangrijk statuut aan de architectuurtekening (en –maquette) als discipline-eigen onderzoeksinstrument. Bijgevolg zal de architectuurtekening een centrale rol vervullen in de onderzoeksmethode, en in de vorm van de onderzoeksoutput.