(17-18) Studio Kortrijk/Aachen

Studio Kortrijk/Aachen is een vergelijkend ontwerpend onderzoek op het raakvlak van architectuur, stedenbouw en landschap. Studio Kortrijk/Aachen focust op civiele architecturale interventies.

Attitude

Studio Kortrijk/Aachen is een vergelijkend ontwerpend onderzoek op het raakvlak van architectuur, stedenbouw en landschap. De nevelstad – Kortrijk – en de Zwischenstad – Aachen – worden met elkaar in verband gebracht. Gelijkenissen en verschillen worden opgespoord om enerzijds tot een beter begrip te komen van beide territoria en om anderzijds van daaruit precieze architecturale interventies te ontwikkelen.

Studio Kortrijk/Aachen beschouwt de site – en niet het programma – als driver van een architecturale interventie. Vanuit een ‘urbanistica descrittiva‘ (SECCHI, 1992) benadering vormt de site, het Kortrijkse/Aachense territorium, het eerste aanknopingspunt. Uitgaande van een kritische persoonlijke lezing en interpretatie van ‘wat reeds voor handen is’, zowel fysiek als mentaal, wordt het onderzoeksgebied gemapped op zoek naar haar verborgen potentieel, naar weerbare combinaties van punten, lijnen, oppervlakten die een antwoord kunnen bieden aan politieke, economische en socio-culturele krachtvelden.

Studio Kortrijk/Aachen interpreteert het hedendaagse landschap als een“surface on which to inscribe the world” (ROSENBERG, 2002). (Landschaps)architectuur als ‘the art of describing’. De perspectivische benadering van landschap (cfr. Franse en Italiaanse tuinen) wordt vervangen door een benadering waarbij een veelheid aan elementen – zowel zichtbaar als onzichtbaar, zowel actueel als virtueel … – een rol kunnen spelen in het ontwikkelen van een project. Het is een benadering die inzet op een superpositie, een montage van twee beelden: het bestaande landschap met wat wordt toegevoegd. De confrontatie tussen beide, de botsing, de schok… verbeeldt een gedachte, een betekenis (EISENSTEIN, 1929). Een standpunt wordt ingenomen over de relatie mens – natuur, object en maatschappij, de ontwikkeling van mens-natuur hybriden (LATOUR, 1991)…

Studio Kortrijk/Aachen is een onderzoek naar de horizontale stad. De horizontale stad als een rijk geschakeerd stedelijk landschap waarin complement tussen bebouwd en onbebouwd, wonen en werken, natuur en cultuur… op een intrigerende manier vaak gelijktijdig in één beeld aanwezig zijn. Centraliteit beperkt zich niet tot één dominant centrum maar ligt gespreid over het stedelijk territorium. De complexe ruimtelijke structuur wordt gekenmerkt door spanningen, contradicties, juxtaposities… maar ook door kansen, mogelijkheden en weerbaarheid. De horizontale stad waar de publieke ruimte niet het typisch stedelijk karakter heeft. Publieke ruimte is hier eerder horizontaal en op schaal van de metropool. Publieke ruimte die het stedelijke verbindt met het natuurlijke ecologische systeem (VIGANÒ, 2012).

Studio Kortrijk/Aachen zet in op publieke ruimte als weerbaar kader voor de stad. Publieke ruimte als materieel fundament voor de stad. Publieke ruimte als een fysisch structurerend element van de stad waarvan de kracht dikwijls wordt onderschat. Maar ook publieke ruimte als culturele drager voor de stad, als groen-blauwe drager voor de stad. Een betekenisvolle ruimte vol individuele en collectieve herinneringen. Een publieke ruimte die bepaalt hoe we vinden dat we kunnen samenleven. Het canvas waarop het publieke leven wordt uitgetekend. In deze opdracht gaan we op zoek naar nieuwe invalshoeken om de publieke ruimte een sterke cultureel-maatschappelijke verbeelding mee te geven. Hierdoor kan de publieke ruimte worden ge(her)activeerd en kan de meervoudigheid van de samenleving worden aangesproken. Oplossingen zijn wellicht te vinden in de hernieuwde aandacht voor het lokale, voor collectiviteit, voor productiviteit, voor klimaatverandering, … Een nieuwe verbeelding van de publieke ruimte gaat verder dan het gangbare toeristisch/recreatieve perspectief en zoekt naar manieren hoe de tijdelijke aanwezigheid van anderen in onze leefomgeving blijvende sporen kunnen nalaten. Dat in een wisselwerking tussen gebruikers een overdracht ontstaat van praktijken, gewoonten … Enkel op die manier is er werkelijk sprake van een toegevoegde waarde. Een punt waar de aanwezigheid van de “ander” verder reikt dan het louter tolereren (SENNETT, 2005). Dit is noodzakelijk om een werkelijke democratische ruimte te ontwikkelen.

Studio Kortrijk/Aachen focust op civiele architecturale interventies. Opzet is de ontwikkeling van een ruimtelijke strategie die een actieve motor kan zijn voor toekomstige ontwikkeling van het verstedelijkt gebied in Aachen en Kortrijk. Eerder dan te willen focussen op overkoepelende masterplannen die een volledige transformatie ambiëren (vaak op lange termijn) focussen we meer op een punctuele strategie van afzonderlijke elementen, afzonderlijke architecturale interventies. Het gaat steeds over publieke/civiele interventies: een kade, een brug, een plein, een toegang, een platform, een wandeling, een podium, een paviljoen, een waterbassin, een irrigatiesysteem, een markthal, … Maar ook een sleutelgebouw(tje) dewelke de noodzakelijke transformatie op gang zet behoort tot de mogelijkheden. De architecturale interventies zijn elementair in hun verschijningsvorm maar complex in het ontwerpen (definiëren van de juiste positie, ruimtelijkheid, materialisatie …). We willen door deze interventies nieuwe perspectieven introduceren die tegelijkertijd inzetten op het articuleren van bestaande of verborgen ruimtelijke structuren en culturele praktijken én op het versterken van een meer diffuus/open ruimtelijk en cultureel beeld van Kortrijk/Aachen. Op die manier hopen we een meer vitale stedelijke atmosfeer te ontwikkelen die zich open stelt ten aanzien van een diversiteit van gebruik en socio-culturele en economische krachten. Samenhang, kwaliteit, heractivering, transformatie en transitie ontstaan binnen deze benadering uit het onderling samenspel van meerdere precies gekozen en precies ontworpen architecturale interventies.

Studio Kortrijk/Aachen is een vergelijkend onderzoek vanuit twee karakteristieke samples in Kortrijk en in Aachen. Iedere interventie ontwikkelt zich vanuit een reflectie over beide steden. Er worden twee sites gekozen. Eén in Kortrijk en Eén in Aken. Sites die vergelijkbaar zijn. Op beide sites wordt een project ontwikkeld. Of, een gelijkaardige interventie wordt op twee sites getest.

Opzet is om  een overzichtsatlas op te maken van enerzijds bestaande good practices (fotoatlas) en anderzijds vergelijkende zooms/potentiële interventie(s)(plekken) (zooms Nolli kaart) in beide steden.

 

Studio Kortrijk/Aachen loopt over de periode 2016-2018. De Studio wordt ondersteund door de Stad Aachen, de Stad Kortrijk en de universiteit van Aachen. Er is een tentoonstelling gekoppeld aan de studio in beide steden. Vanuit het AOB Alles Stad/Alles Land wordt er een publicatie gekoppeld aan deze studio.

METHODIEK

Gedurende het semester worden drie ontwikkelingssporen uitgezet: verkennend, verdiepend, verbeeldend. Hierna worden ze lineair toegelicht. In een ontwerpproces is er sprake van een zekere gelijktijdigheid in de ontwikkeling ervan. Rode draad doorheen het ganse traject is het zgn. ontwerpend onderzoek.

Verkennend

De opmaak van een NOLLI 2.0 vormt een eerste systematische verkenning van de site. De publieke ruimte wordt hier in kaart gebracht naar analogie met de kaart van Giambattista Nolli van Rome, opgemaakt tussen 1736-1748. Zowel publieke buiten ruimte als publieke binnenruimte worden uitgelicht. Zowel publiek gebruikte publieke als publiek gebruikte private ruimte wordt op kaart gezet. Binnen het publieke territorium wordt de ruimtelijke organisatie – grenzen, texturen, beplantingen, elementen … – gearticuleerd op het plan. Deze NOLLI 2.0 wordt uitgezet in groepsverband.

Deze NOLLI 2.0 werd reeds opgemaakt in de masterproef van het schooljaar 2016-2017. Deze wordt verder geoptimaliseerd door de studenten.

Tegelijkertijd vindt er ook een meer individuele verkenning van de opdracht en de site plaats: door een (subjectieve) lezing van de stad detecteer je de urgenties/uitdagingen waarmee de stad wordt geconfronteerd en die voor jou belangrijk zijn. Je neemt een positie in en vertaalt deze naar een mogelijke interventie. Of kortweg: lezing, urgentie, positie, interventie. Deze vormen een coherent fundament van het (landschaps)architectuurproject waarin de site, de opdracht en de persoonlijke (ontwerp)attitude zijn geïntegreerd.

Lezen

Een goed ontwerp staat of valt met een goede lezing. Het (subjectief) lezen van de stad en het haar omringende landschap vanuit een persoonlijk perspectief is uiterst belangrijk en vormt de eerste basis voor de interventie. Een goede lezing overstijgt dus de steriele omschrijving en inventarisatie van de gebruikelijke ‘facts en figures’ van een site, een stad, een landschap (CORNER,1999). De steriele omschrijving gaat immers voorbij aan het meest essentiële van een goede lezing nl. de potentie om het nieuwe te ontwaren en zichtbaar te maken, om verborgen (ruimtelijke) kwaliteiten evident aanwezig te maken. De (subjectieve) lezing is daarom een kritische persoonlijke benadering van ‘wat er reeds is’ die toelaat verder te kijken om zo verborgen kwaliteiten en mogelijkheden van de site naar boven te brengen.

Format: mapping vrij te kiezen, zie o.a. (Corner, 1999) voor mogelijkheden.

Urgentie

Een zekere mate van urgentie is noodzakelijk om een interventie in het territorium te verantwoorden. Vandaag – in tijden van economische crisis – is dit des te belangrijker. Enkel wanneer overtuigend duidelijk kan worden gemaakt dat het noodzakelijk is om op dit moment op een welbepaalde plek een welbepaalde ingreep te doen kunnen de noodzakelijke allianties gecreëerd worden om deze ingreep te realiseren. Deze urgentie kan voortkomen uit een bepaalde problematiek maar ook uit een bepaalde opportuniteit, bv. een reeds lopend project, een dringende vraag, … . Lezing en urgentie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De urgentie wordt op een meervoudige manier behandeld. De urgentie is dwars op de verschillende schaalniveaus. De mapping op de stedelijke schaal – op schaal van Aachen/Kortrijk – uitgezet in de lezing wordt waar mogelijk opgeschaald en/of gedownscaled.

Format: diagrammen, foto’s, schetsen.

Positie

Ieder architecturaal en stedenbouwkundig project moet vertrekken vanuit een duidelijk standpunt over de stad enerzijds en over de discipline anderzijds. Binnen de huidige architectuur- en stedenbouwpraktijk bestaat over het in te nemen standpunt geen consensus. Een aantal benaderingen staan naast elkaar of in bepaalde gevallen zelfs tegenover elkaar. Cruciaal binnen deze benaderingen is vaak de positie die door de architect ingenomen wordt ten opzichte van de bestaande stad en haar geschiedenis. Anders gezegd: hoe in het formuleren van een project om te gaan met de veelzijdige context (ruimtelijk, economisch, sociaal, topografisch) enerzijds en op welke manier wordt in het project de factor tijd verdisconteerd (continuïteit, breuklijn…). Iedere architect moet in het maken van een ontwerp een duidelijke positie innemen ten opzichte van de opdracht, het programma en de site. Door positie in te nemen geef je aan wat jij belangrijk vindt en waarmee je rekening wil houden. Aan jou als ontwerp(st)er om aan te geven hoe je wat je belangrijk vindt denkt te realiseren. Een positie kan worden onderbouwd vanuit bv. specifieke ruimtelijke strategieën of maatschappelijke thema’s, maar ook stedelijke, landschappelijke en architecturale concepten, … (zie ook hierna m.b.t. denklijnen). De huidige architectuurpraktijk, architectuurgeschiedenis, architectuurtheorie en de architectuurkritiek zijn inspirerend voor de mogelijke posities die je kan innemen.

Format: referentiebeelden, referentieteksten, …

Interventie

Vanuit de systematische en persoonlijke lezing en urgentie wordt de keuze van de site verantwoord. De positie fundeert de aard van de interventie. De interventie zelf is het resultaat van een ontwerpend onderzoek waarbij verschillende radicale alternatieven en situaties worden getest en tegen elkaar worden afgewogen. Ontwerpend onderzoek en studiemaquettes spelen hierbij een cruciale rol. De interventie is een precieze ruimtelijke interventie op een welbepaalde plek in het territorium. Een interventie die stedenbouwkundige, architecturale en landschappelijke aspecten in overweging neemt. De interventie wordt verbeeld op een concrete manier: geografische gelokaliseerd, precies gedimensioneerd, ruimtelijk gedefinieerd, programmatisch verduidelijkt …

Format: schetsen, maaiveldplan van de gekozen site (incl. voldoende context) + voornaamste terreinsnede(s), grondplannen, snedes, …  (Een aantal hiervan worden uitgewerkt als sleutelbeelden (zie hierna).

Verdiepend

Goede architectuur kan enkel gerealiseerd worden door een continue interactie tussen theorie en praktijk. Ieder architectuurproject is op een impliciete of expliciete manier gegenereerd door een ruim pallet van verschillende perspectieven, denklijnen. Deze denklijnen komen voort uit een kritische benadering van de site, de opdracht, de architectuurtheorie en –geschiedenis… Deze denklijnen worden aangestuurd vanuit de specifieke positie waar je als architect voor staat. Vanuit jouw persoonlijke interesses.

Om een zekere gelijktijdigheid van theorie en praktijk in het atelier te garanderen vragen we om het atelierontwerp te ontwikkelen en te presenteren aan de hand van een set van denklijnen. Iedere denklijn wordt ontwikkeld aan de hand van een “onderzoekscomponent” en een “ontwerpcomponent”. Het onderzoek kadert de denklijn in de architectuurpraktijk. In de architectuurgeschiedenis, -theorie en –kritiek. Het ontwerp is een verkenning van de denklijn op een specifieke site in een architecturale interventie. Het ontwerp(end onderzoek) impliceert het implementeren van de bevindingen van je onderzoek in je ontwerp/interventie. De denklijnen voeden, verrijken en onderbouwen je project. Een lijst met thematieken die deze denklijnen kunnen voeden wordt aangeleverd.

De denklijnen worden op een zeer bondige manier geëxpliciteerd in het GEILLUSTREERD ARTIKEL (zie hierna).

Verbeeldend

Architectuur ontwikkelt zich in denken maar ook in een verbeelding. Aan de hand van tekeningen, maquettes, collages … Er wordt gevraagd om bijzondere aandacht te besteden aan vier sleutelbeelden van het atelierproject: een maaiveldplan, een gedetailleerde perspectivische snede, een montage, een diagram. Deze sleutelbeelden zijn uitermate precieze en uitgekiende weergaves van de essentiële elementen van het ontwerp. Het maken van deze sleutelbeelden vraagt een doorgedreven investering van tijd, energie en denkwerk. Het zijn beelden die aan het netvlies blijven hangen.

Eén van deze sleutelbeelden wordt uitgelicht in de eindpresentatie als “schilderij” van het project.

Naast het maken van grafische verbeeldingen wordt er ook ruimtelijk gewerkt met maquettes. De maquettes worden eerst en vooral gebruikt als werkinstrumenten. Ze kunnen op verschillende schalen ontwikkeld worden. Het is work in progress. Alternatieven tonen. Maquettes moeten een soort ontwerpdrive/onderzoeksdrive tonen… We vragen geen presentatie maquette!

Individueel en collectief

Hoewel de masterproef een individueel traject is geloven we ook in de kracht van een collectief werkstuk. Zowel de NOLLI 2.0 als de ATLAS ELEMENTAIRE ARCHITECTURALE INTERVENTIES worden gezamenlijk ontwikkeld. De NOLLI 2.0 wordt gebruikt om al de individuele projecten samen in één beeld te brengen. De ATLAS geldt als inspiratiebron voor en toetsingskader ten aanzien van de interventies die door iedere student worden ontwikkeld.

INHOUDELIJK


1.We starten met het fijnstellen van de Nolli-kaart (op basis van Nolli-kaart 2016-2017). Dit is een gezamenlijke mapping (ganse groep studenten) van een uitsnede van het territorium van beide steden, Kortrijk en Aachen. De publieke ruimte wordt hier in kaart gebracht naar analogie met de kaart van Giambattista Nolli van Rome, opgemaakt tussen 1736-1748. In Kortrijk en Aachen wordt er gewerkt op telkens een kader van 3 op 3 km: Kortrijk Zuid en Aachen Zuid


2. Er wordt een atlas opgemaakt van elementaire architecturale interventies. Dit enerzijds op basis van een lijst van voorbeelden opgegeven door de docenten en anderzijds aangevuld door eigen onderzoek van de studenten. Een template voor deze atlas wordt samen met de studenten opgemaakt. Tijdens het semester wordt deze atlas verder aangevuld.


3. Op basis van deze Nolli-kaart ontwikkelt iedere student individueel een persoonlijke potentiekaart.  Deze toont de elementen die voor de individuele student prioritair zijn. Dit zal resulteren in een keuze van een bepaald type interventie op een welbepaalde plek of een set van interventies op verschillende plekken.


4. Formuleren en presenteren van zeven denklijnen. Aan de hand van een citaat, een case en een korte beschrijving (max 800 tekens inclusief spaties). In de vorm van een steek-/postkaart (formaat zelf te kiezen). Beeld, titel denklijn en citaat aan één zijde, beschrijving aan de achterzijde.


5. Het narratief van het project verwerkt in een geïllustreerd artikel van maximaal 6000 woorden (= reflectiepaper masterproefnota). Het artikel neemt de lezer op een wervende manier mee in het totstandkomingsproces van je voorstel en het narratief dat ontwikkeld werd. En dit vanuit een brede invalshoek. Jouw persoonlijke interpretatie van de concrete realiteit van het project wordt hier geschetst. Daarnaast wordt de specifieke opdracht, site en project ook gekaderd in het bredere veld van de architectuurgeschiedenis, – theorie en –kritiek (denklijnen en referentieprojecten. Het artikel start met een abstract van maximaal 3500 tekens.


 


Het geïllustreerd artikel zal als een aantrekkelijk boekje gepresenteerd worden op de eindejaarstentoonstelling. In de vorm van een “leporello”.


6. Een plannenbundel met alle voor jouw voorstel relevant werkmateriaal en eindresultaat zoals alle schetsen, plannen, snedes, beelden…


7. Een set van werkmaquettes die het ontwerpproces toont. Dit is een essentieel onderdeel van het ontwerpend onderzoek van elke student.


 


Een selectie van de werkmaquettes worden gepresenteerd tijdens de eindejaarstentoonstelling.


 


8. Een presentatie die het project helder en overtuigend kan overbrengen aan een jury in powerpoint.


9. Één sleutelbeeld (plan, collage, gedetailleerde perspectivische snede of diagram) op formaat A1, portrait.  waarin essentiële elementen van uw project worden verbeeld. Een beeld dat overtuigt en waarmee je in staat bent verschillende essentiële dimensies van je project uit de doeken te doen.


Het sleutelbeeld van iedere student wordt kwalitatief afgedrukt en ingekaderd gepresenteerd op de eindejaarstentoonstelling.


10. Op het einde van het semester zullen de Nolli-kaarten van de bestaande stad – Kortrijk en Aachen – worden aangevuld met de door de studenten ontwikkelde interventies.


De geactualiseerde Nolli kaarten (van Kortrijk en Aken) met al de interventies zullen gepresenteerd worden in de eindejaarstentoonstelling. Op extra groot formaat geprint (schaal 1/2000)


STAPPENPLAN


Eerste semester


Plaatsbezoek Aken en Kortrijk – Fijnstellen NOLLI 2.0 (collectief) – Opmaak ATLAS ELEMENTAIRE ARCHITECTURALE INTERVENTIES (collectief) – Eerste potentiekaart Aken en Kortrijk (individueel) – Eerste formulering denklijnen (individueel)


Plaatsbezoek AACHEN en KORTRIJK week 7. Feedback momenten verder af te spreken.


Tweede semester


Uitwerking interventies – Opmaak sleutelbeelden – Opmaak geïllustreerd artikel – Opmaak presentatie – Afwerken NOLLI 2.0 – Afwerken ATLAS ELEMENTAIRE ARCHITECTURALE INTERVENTIES


Voorlopige planning: verder te verfijnen en te detailleren


Week 1: eerste REVIEW KORTRIJK/AACHEN



  • NOLLI

  • ATLAS

  • Pontentiekaart KORTRIJK/AACHEN

  • Denklijnen


Week 2: Atelier: interventie Kortrijk/AACHEN


Week 3: Atelier: interventie Kortrijk/AACHEN


Week 4: Atelier: interventie Kortrijk/AACHEN


Week 5: Atelier: interventie Kortrijk/AACHEN


Week 6: tweede REVIEW KORTRIJK/AACHEN: tweedaagse On Site Kortrijk – On Site Aachen.



  • Nolli

  • Leporello – interventie KORTRIJK/AACHEN

  • Narratief – abstract


Week 7: Atelier: Leporello – Maquettes – Abstract


Week 8: Atelier: Leporello – Maquettes – Abstract


Week 9: derde REVIEW KORTRIJK/AACHEN (met externen)



  • Nolli

  • Leporello interventie KORTRIJK/AACHEN

  • Narratief – geïllustreerd abstract onder de vorm van 20 beelden met onderschrift

  • Draft Sleutelbeelden

  • Maquettes


Week 10: Atelier: Leporello met Sleutelbeelden – Maquettes – geïllustreerd abstract


Week 11: Atelier: Leporello met Sleutelbeelden – Maquettes – geïllustreerd abstract


Week 12: vierde REVIEW KORTRIJK/AACHEN



  • Nolli

  • Leporello interventie KORTRIJK/AACHEN

  • Narratief – geïllustreerd abstract onder de vorm van 20 beelden met onderschrift

  • Draft Sleutelbeelden

  • Maquettes


Week 13: Atelier: Leporello met Sleutelbeelden – Maquettes


(indienen draft geïllustreerd artikel)


Week 14: Atelier: Leporello met finale Sleutelbeelden – Maquettes – draftpresentatie


Week 15: Atelier: Leporello met finale Sleutelbeelden – Maquettes – draftpresentatie


Week 16: Eindjury


No results found