Bouw in de publieke ruimte:
– Tot vrijwaring van bouwen in het omgevende landbouw- en bosgebied.
– Tot voordeel van de staatskas .
– In het bijzonder tot verbetering van de publieke ruimte.
Dat de publieke ruimte op veel plaatsen haar optimum niet bezit legitimeert het bouwen aldaar.
Te grote stedelijke ruimten, te brede lanen, oude steenwegen, te anonieme parkranden, open ongedefinieerde gaten in de stad, ringlanen en bruggen die beter ondertunneld worden, kaden en recreatiedomeinen, al deze zaken kunnen omhuld, omrand of opgesplitst worden mits de publieke ruimte daardoor waardevoller wordt als stedelijke ruimte.
Dat door de waarde van deze toplocaties de grond staatsmiddelen aanlevert is een bijkomend voordeel. Als de waarde van de grond niet direct betaald wordt maar een jaarlijkse fractie betreft van zijn waarde, evenwel onbeperkt in de tijd verschuldigd, dan verkrijgt de staat jaar na jaar zonder finaliteit in toenemende mate inkomsten uit haar gronden. Dat de belasting op arbeid nul kan worden is hierdoor een ander vooruitzicht.*
De afwezigheid van het openbare domein in het register van beschikbare bouwgrond wordt hier voorwerp van het architecturale denken.
Dat daarbij kennis omtrent architecturale criteria ongezien scherp op de voorgrond zullen treden is een substantieel gevolg van de voorwaarde tot bouwen in de publieke ruimte.
*uitgebreide beschikbare tabellen bewijzen de stelling dat door te bouwen in het publieke domein de belasting op arbeid én vennootschappen op termijn weggewerkt kan worden.
Vanzelfsprekend zal deze uitkomst architectuur in het centrum plaatsen van het publieke debat.