Stedelijke analyse en ontwerp

We share a vision of cities for all, referring to the equal use and enjoyment of cities and human settlements, seeking to promote inclusivity and ensure that all inhabitants, of present and future generations, without discrimination of any kind, are able to inhabit and produce just, safe, healthy, accessible, affordable, resilient, and sustainable cities and human settlements, to foster prosperity and quality of life for all. We note the efforts of some national and local governments to enshrine this vision, referred to as right to the city, in their legislations, political declarations and charters. (Shared Vision from the New Urban Agenda, sept. 2016 – to be adopted in Quito during Habitat III)

-Caroline Newton

Stedelijke planning en ontwerp worden sterk bepaald door een groot aantal factoren. De transities die de samenleving doormaakt vandaag voegen steeds meer en complexere vereisten toe. Grote top-down planning vanuit overheden, waarbij het plan door een meesterbrein wordt vormgegeven zijn niet meer aan de orde. In de plaats zijn er een groot aantal actoren gekomen die elk op hun eigen manier een invloed hebben op ruimtelijke planning en stedelijk ontwerp. De verhouding tussen deze acteren worden gekenmerkt door ongelijke machtsrelaties. De mogelijkheden voor stedelijke ontwikkelingen zijn verder ook functie van de middelen en kennis (of het gebrek eraan) dat kan worden ingezet.

Deze studio wil studenten voorbereiden om via het omarmen van deze complexiteit bij te dragen aan positieve stedelijke ontwikkeling. Het wil studenten tools en inzichten aanreiken om ontwerp en planningsprocessen in te zetten om de transitie te ondersteunen naar een meer rechtvaardige en gelijke samenleving.

DE NEW URBAN AGENDA ALS LEIDRAAD

Tijdens World Habitat III in oktober 2016 in Quito werd de New Urban Agenda voorgesteld en aanvaard door alle leden. Dit is een bijzonder belangrijk moment met verreikende consequenties voor de rol die door ruimtelijke planners zal worden opgenomen in de toekomst.

WAT GEBEURT ER IN VLAANDEREN EN EUROPA

Tadao Ando zei “We borrow from nature the space upon which we build”. En net zoals zijn architectuur een grote fragiliteit heeft, moeten we ons bewust zijn dat ook de natuur en onze omgeving fragiel zijn. Het wordt tijd dat we deze fragiliteit (h)erkennen en bewust omgaan met dat wat we van de natuur in bruikleen hebben gekregen. We kunnen niet langer open ruimte blijven aansnijden, we kunnen niet langer ongebreideld blijven verkavelen en open ruimte opofferen omdat we niet op een ethische manier zijn omgegaan met al de reeds aangesneden ruimte, ruimte die we, Ando indachtig, enkel in bruikleen hebben gekregen.

Zouden we als samenleving nog in staat om ooit terug te geven waar we zo dankbaar gebruik van hebben gemaakt? Met deze vraag wordt steeds bewuster omgegaan en zowel vanuit Europa als vanuit Vlaanderen komt de vraag om tegen 2050 het bijkomende ruimtebeslag af te bouwen tot 0%… een noodzakelijke en cruciale beslissing, maar ook een beslissing met een niet te onderschatten impact.

We zullen de manier waarop we omgaan met ruimte en open ruimte in het bijzonder dus moeten aanpassen. Net zoals we beseffen dat grondstoffen en materialen eindig zijn en we deze dus maximaal moeten herbruiken, dienen we dat ook met onze ruimte te doen. In plaats van ongebreideld open ruimte te blijven aansnijden dienen we de reeds aangesneden en onderbenutte ruimte optimaal te herbruiken. De ladder van Lansink passen we dus ook toe op ruimte. Niet enkel materialen maar ook ruimte moet opnieuw in omloop worden gebracht. Eerst en vooral moeten we de keuze maken om geen nieuwe open ruimte aan te snijden (preventie), daarnaast moeten de reeds aangesneden ruimte zo optimaal mogelijk hergebruiken en tenslotte moeten we maar mogelijk ze in haar oorspronkelijke toestand terugbrengen, maw. in staat zijn om hele delen ruimte terug te geven aan de natuur.

Meer info: Studio omschrijving (pdf)