(17-18) Andromeda

De opdracht is in het curriculum gesitueerd in semester 4 / 42 / masterproef.
De ambitie is om een sociaal maatschappelijk relevant project te realiseren.

– OMSCHRIJVING:

Algemeen:

In 1900 leefde slechts 13% van de wereldbevolking in steden. Vandaag is dat 54%. Er wordt verwacht dat in 2050 tot 80% van de bevolking in steden zal wonen. Het is dan ook belangrijk om na te denken over hoe we onze steden en samenlevingen kunnen organiseren om ze vandaag en in de toekomst bewoonbaar te houden.

We moeten hiervoor nieuwe concepten ontwerpen en nieuwe architecturale en stedenbouwkundige strategieën ontwikkelen.

“Architectuur is daarbij het simultaan kunnen werken met onafscheidelijke krachten:   ‘affect’: meer dan louter gevoel: overstelpen,     ondervinden;   ‘perfect’: gewaarwordingen, belevingen;   ‘concept’: steeds voorbij afgebakende grenzen

Daarbij dient simultaan te worden omgegaan met basisconcepten:      ‘connexion’: samenhang, verband;   ‘hétérogénéité’:     ongelijksoordigheid; ‘multiplucité’: menigvuldigheid, veelheid; ‘rupture asignifiante’: zonder zekerheden; ‘cartographie’: kaarten,     plannen, routes; ‘décalcomanie’: desharmonie, zonder structuur “.

(gebaseerd op MILLE PLATEAUX: Deleuze & Guattari).

De holistische benadering, de technisch-wetenschappelijke kennis, de humaan-wetenschappelijke onderbouwing, het architectuurhistorisch onderzoek is in de eerste plaats een middel en een mengeling van feitelijke kennis, artistieke vaardigheid en vakmanschap & het aanvoelen van de tijdsgeest.

Dat maakt van bouwen (in de praktijk) een creatieve synthetische surplus dat van architectuur een volwaardige cultuurcomponent kan maken.

Van een holistisch onderzoek via een pragmatische academische terminologie streven we naar een architectuur en stedenbouw, die de beschikbare ruimte optimaliseert en de fysieke en menselijke context sublimeert.

Opdracht:

We gaan een multifunctioneel, autarkisch project ontwikkelen dat de kleinst mogelijke voetprint heeft, zowel fysiek als ecologisch. Geen monofunctionele spectaculaire architectuur, maar fundamentele, inspirerende leefomgevingen, architectonische concepten en strategieën die mensen in staat stellen om met waardigheid en in de gemeenschap te leven. Projecten met ‘gestalt’, een geheel dat meer is dan de som van zijn delen, om een omgeving bewoonbaar en leefbaar te maken.

We gaan plannen ontwikkelen als syncretische samenstellingen van sociale en culturele netwerken, mobiliteit, communicatie, onderwijs, gezondheid, werk, ontspanning. Zonder scheiding tussen gebruik, leeftijd, geslacht, ras, voorgeslacht, religie of taal.

De te ontwikkelen multifunctionele cluster heeft naast tijdelijk wonen, 5 functies in relatie met de specificiteit van de site.

Een mulitifunctionele cluster betekent ‘sustainability’, als het minimaliseren van de milieubelasting en het efficiënt gebruik van grond en gebouwen; ‘self-supporting’, zelfredzaamheid door synergie; ‘vitality’, als vitaliteit en levendigheid; ‘safety en security’, sociale veiligheid; ‘dynamic’, die combinatie van verschillende functies levert; ‘mobility’, diverse functies vermindert de mobiliteitsbehoefte;

een autarkische enclave.

De fysieke context:

De inplanting is gesitueerd op geschikte sites die in onderling overleg geselecteerd worden uit voorstellen die worden voorgedragen door de studenten.

We werken op de sites naar een V/T 2,3 terwijl minstens ¼ van het terrein semi publieke ruimte wordt of blijft.

De structuur zal een zo klein mogelijke voetprint hebben en een minimale ecologische voetafdruk.

De site wordt op het vlak van energie, watervoorziening en afvalwaterverwerking, volledig autarkisch.

Voor analyse, onderzoek en synthese van de sites, kan er desgewenst gewerkt worden in teams van 3 studenten.

De humane context:

De taak van een architect is het luisteren, zien, observeren, registreren om de fysieke en menselijke context van een site en / of stad in te schatten. Het is het samenbrengen van schijnbaar niet verenigbare elementen in een kader dat “ontwerp” is. Het ontwerp als een interface tussen makers en gebruikers.

De architect als een slimme moderator voor het kaderen van een project in een maatschappelijke context.

Ruimtelijkheid:

De vertaling naar ruimtelijkheid is daarbij een moeilijke opgave voor een architect, maar dat is terzelfdertijd ook z’n know how, z’n specialisatie.

Naast het verwerken van de fysieke en de menselijke context, is de uitdaging van de opdracht dan ook het modelleren van fysieke en kwalitatieve tastbare ruimte. Om ‘ruimtes’ te rationaliseren, te onderzoeken en te evalueren hebben we 33 criteria gedefinieerd (ingrediënten) die ons zullen helpen om fascinerende architectuur te ontwikkelen, een basis voor een stimulerende aanpak.

– DOCENTEN: Frank Delmulle (titularis); Rudi De Backer.

– GASTDOCENTEN: Johan Dierickx, Anthony Duffeleer, Seger Delmulle, Jiri Klokočka.

Beeld: Andromeda, M31, NGC 224: star cluster CC BY 2.0 (Foto: Adam Evans)

Woordenboek: 11 items – 11 pagina’s A4 – cahier van persoonlijke fascinatie.

Ontwerpdossier: resultaat van onderzoek naar stedenbouwkundige, architecturale, structurele & werkbare bouwtechnische strategieën, constructieve uitwerking via typedetails die het project versterkt, die het ontwerp karakteriseert en verduidelijkt, resultaat van onderzoek naar materialisatie die het architecturaal concept ondersteunt.

Maquettes: Studiemaquettes & 2 eindmaquettes.

Reflectienota: max 40 pagina’s A4 waarbij beelden, schema’s, tekeningen, schetsen, axonometriën, … de hoofdcommunicatiemiddelen zijn en tekst ondergeschikt is. We onderzoeken daarbij mogelijkheden voor geëigende communicatie die de specificiteit van de discipline exacter kan expliciteren. Zodat architectuur eigen inzichten kan genereren, geëigende vormen van kennis kan inschakelen en met eigen vormen van discours kan experimenteren.

Synthesebeeld en samenvattende nota: 2 pagina’s A4.

Powerpoint: voor presentatie van 3 reviews en de externe jury.


No results found