Familieportretten d'Ursel

Huis voor de ambacht

Huis voor de ambacht – Hôtel d’Ursel in ENCI

Deze meesterproef wil ‘ambacht’ en ‘maken’ als tegengewicht plaatsen tegenover standaardisatie en rendementsdenken. We stellen de klassieke rollen van designer, producent en consument in vraag. Hoe kunnen we onze toekomst verder ‘vormgeven’?

De meesterproef handelt over het ontwikkelen van een nieuw ‘huis voor de ambacht’, een opleiding voor hout- en betonbewerking op het Eerste Nederlandse Cement Industrie (ENCI) terrein bij Maastricht. De ENCI wil een deel van haar fabrieksterrein herbestemmen, zodat zij een plek kan bieden aan bedrijven en laboratoria die gerelateerd zijn aan de betonindustrie. De plannen zijn nog in een vroeg stadia maar de eerste voorstellen wijzen in de richting van een generiek bedrijventerrein, wat een gemiste kans betekent voor deze bijzondere plek.

De herontwikkeling van de ENCI vraagt om een krachtige eerste geste, een karaktervol gebouw, dat de rest van de ontwikkeling kan sturen. Om tot de essentie van ‘een huis’ te komen, nemen we het verdwenen Hôtel d’Ursel in Brussel, in al zijn gelaagdheden en geschiedenis, als onderlegger. Net als bij het Hôtel zal stedenbouw, architectuur en interieur tot een enkele opgave versmelten.

Tot de sloop in 1960 werd het Hotel d’Ursel in Brussel twaalf generaties lang door de familie d’Ursel bewoond. Al wat rest van dit voorname woonhuis zijn een aantal tekeningen en een intrigerende collectie foto’s. In zijn lange leven was het Hotel in gebruik als woning, stadhuis, bankgebouw en feestzaal. Het werd omgebouwd, aangebouwd maar bleef al die tijd wat het was: een statig woonpaleis rond een binnenplaats, met een voorname entree, een monumentaal trappenhuis en ruim bemeten kamers die in hoogtijdagen plek boden voor de familie en haar 30 bedienden. Verschillende architecten werkten eraan, generaties bewoners kwamen en gingen, het huis zag de stad groeien en groeide mee, tot het tenslotte zelf moest wijken voor de vooruitgang: de bouw van de ondergrondse noord-zuid verbinding.

De studio start vanuit dit prototypische huis, en onderzoekt met experimentele grafisch en ruimtelijke technieken de architectonische en materiële kwaliteiten van gevels en interieur. Ook al spande de familie d’Ursel zich in de loop der tijd in om het samenstelsel van gebouwen uit verschillende tijden tot een geheel te smeden, achter de streng classicistische gevel verscholen zich allermogelijke onregelmatige en uiteenlopende ruimtes. Zoals de architect Martiny bij een opname van het huis in 1943 verzuchtte: ‘Men vraagt zich vergeefs af wat het nut is van een plan van deze grote woning: scheve hoeken, valse deuren, tal van alkoven, allerlei nissen en onbegrijpelijke niveaus, die het werk van de nieuwgierige onmogelijk maken’

Het verloren gegane huis krijgt een onverwachte tweede kans, op een volkomen andere locatie, het Eerste Nederlandse Cement Industrie ofwel ENCI-terrein, even ten zuiden van Maastricht. De ongerijmdheid van deze stap is het productieve startpunt voor het ontwerp van een ambachtsschool voor hout en beton. Het fabrieksterrein ligt ingeklemd tussen de Maas en een heuvelachtig bos, recht naast de mergelgroeve waar tot voor kort de grondstof voor het cement werd gewonnen. Met het afsluiten van de mergelgroeve verplaatst een deel van het productieproces en op de vrijgekomen plek is een bedrijventerrein gedacht voor de betonsector, waarvoor de eerste plannen onbestemd en generiek zijn. De oude groeve, die nu deels onder water staat, zal worden omgevormd tot landschapspark.

In de meesterproef zal het Hôtel d’Ursel op verschillende manieren model staan voor de ontwikkeling van de ambachtsschool. Een duidelijke geste met stedelijke uitstraling zal richtinggevend moeten zijn voor de ontwikkeling van de rest van het terrein, zoals ook Hôtel d’Ursel in Brussel een pionierend gebouw was. Ook op gebouw niveau zullen de kwaliteiten en eigenaardigheden van het huis d’Ursel als startpunt dienen om een aangename plek voor studenten en docenten te creëren, als polemisch alternatief voor het generieke karakter van veel hedendaagse schoolgebouwen. Tenslotte zal ook het niveau van het interieur expliciet onderdeel zijn van de opgave. De plannen zullen worden uitgewerkt tot en met materialisatie en detail.

Het programma is een nieuw ‘huis voor de ambacht’, een opleiding voor hout- en betonbewerking. Naast lesplek zal het een onderzoekscentrum voor beton en hout huisvesten, naar voorbeeld van het bekende houtbouw instituut in Biel, Zwitserland, van de architecten Meilli Peter, waar kennis van houtbouw worden onderwezen, getest en ontwikkeld en waarbij het gebouw zelf een testcase is.

Afbeelding: Kleine Salon van Hôtel d’Ursel.

In de studio masterproef Gent 2018 zal het voorbereidend onderzoek aan hotel d’Ursel plaatsvinden tot aan het begin van de masterproef in februari 2018. We werken hieraan in groepen rondom workshops. Vanuit het bronnenmateriaal worden ruimtelijke analyses en maquettes gemaakt. Een selectie zal deel uitmaken van de tentoonstelling over het Hôtel d’Ursel in mei 2018 in het Kasteel d’Ursel in Hingene.


Daarnaast werkt de student aan een individuele ontwerpopdracht van de masterproef. Hiervoor presenteert hij aan de start van SEMII een eigen onderzoeksvraag, methodiek en thema’s. Hij heeft dan eigen inzichten en kritische reflecties ontwikkeld over de site en ook over architectuur en de (ambachts)school op basis van voorbeeldige casestudies. Op het einde van de meesterproef presenteert de student een uitgewerkt project, met plannen, maquettes, impressies en details. Het werk van de verschillende studenten wordt gebundeld en gepubliceerd.


No results found