Middelpunt van het universum

De sociaal maatschappelijk relevante opdracht is in het curriculum gesitueerd in 2 marg semester 3 / 34 met een toets van structuur, een vleugje ontleding en een snuifje materialisatie.
De ambitie is om een opdracht te formuleren waarbij stedenbouw, architectuur, techniek en communicatie geïntegreerd worden in één geheel.

Algemeen:

Het middelpunt van het universum bestaat volgens astronomen niet.

De aarde noch enige andere planeet, ster, site of plaats, Sheppard Craige en San Giovanni d’Asso ten spijt, is dus niet het middelpunt van het universum.

In 2050 zullen op die aarde mogelijk 12 miljard mensen leven, waarvan 80% in stedelijke gebieden. Daarom is het bijzonder belangrijk om na te denken over hoe we onze samenlevingen moeten organiseren om ze leefbaar te kunnen houden vandaag en in de toekomst. We moeten daarvoor nieuwe concepten en nieuwe architecturale en stedenbouwkundige strategieën ontwikkelen.

54 % van de wereldbevolking woont nu al in steden. In 1900 was dat nog 13%.

In 2050 zullen er in principe 2,5 miljard mensen in steden wonen.

Vlaanderen is misschien al één grote stad, een nevelstad met sprawl en after sprawl, maar toch hebben veel dorpen in Vlaanderen nog een eigen identiteit. Ze zijn zeker een waardig alternatief om de congestie en vervuiling in de steden te temperen.

Al jarenlang krijgen dorpen echter te kampen met leegloop en het worden uiteindelijk spookdorpen.

Menselijk en sociaal kapitaal is een belangrijke factor bij de leegloop. De “actieve” bevolking zoekt, in ons kapitalistische “hurry” samenleving, carrière en moet daarvoor noodgedwongen naar een stad. De niet actieve bevolking blijft alzo achter in de dorpen.

 

De fysieke context:

De uitdaging bestaat erin om een dorp te lokaliseren dat vroeger een station had, waar treinen nog steeds passeren maar waar treinen niet meer stoppen. De stations-infrastructuur is er al dan niet verdwenen. Via ruimtelijke en iteratieve analyse en een daaruit resulterende relevante synthese, wordt een nieuwe infrastructuur geënt rond het station voor 2000 inwoners met alle daarbij horende voorzieningen (dagelijkse boodschappen, medicijnen, kappersdiensten, gezondheidszorg, basisschool, kinderopvang, catering, bouw, …).

De inplanting is dus gesitueerd rond het voormalige station van het geselecteerde dorp en we werken voor de nieuwe stationsbuurt met een V/T van 2,3.

De inplanting van de structuur zorgt ervoor dat er een boeiende, bruikbare, ruimtelijk kwalitatieve, publieke ruimte ontstaat die het project bindt met het bestaande dorp. Transport en mobiliteit wordt daarbij een aandachtspunt.

De structuur zal een zo klein mogelijke voetprint hebben en een minimale ecologische voetafdruk. De nieuwe infrastructuur wordt op het vlak van energie, watervoorziening en afvalwaterverwerking, volledig autarkisch.

Slagen we erin om met onze site toch het middelpunt van het universum te realiseren?

 

De humane context:

De taak van de architect anno 2020, ligt ook en vooral in het -via luisteren, zien, opmerken, registreren, inschatten van de volledige context, niet enkel de fysieke, maar ook de humane context- samenbrengen van ogenschijnlijk niet verzoenbare elementen in een frame dat ontwerp is of met een ontwerp als interface tussen de stakeholders, ontwerp-driven, het ontwerp als motor om dynamiek en enthousiasme op gang te brengen.

Kortom, het kaderen van een project in een maatschappelijke context.

 

De nieuwe dorpen hebben daarbij een specifieke, liefst authentieke, ambacht, industrie, cultuur, … die het dorp economisch ondersteunt. Zo produceert bijvoorbeeld het Franse dorp Charroux wijnmosterd, heeft Saint-Julien-Beychevelle z’n Leoville Las Cases, heeft Portbou “Passage”, een memorial voor Walter Benjamin, had Beauvoorde pannekoeken, heeft Chitzén Itzá de piramide van Kukulcán, heeft Tissergate z’n dadelpalmerie en heeft Pienza een “sunphenomenon”.

 

Ruimtelijkheid:

De vertaling naar ruimtelijkheid is daarbij een moeilijke opgave voor een architect, maar dat is terzelfdertijd ook z’n know how, z’n specialisatie.

Naast de fysieke en humane context, is de essentie van de opdracht dan ook, middels structuur, het boetseren van fysieke en tastbare ruimte.

Het project wordt een syncretisch geheel van sociale en culturele netwerken, mobiliteit, communicatie, onderwijs, gezondheid, arbeid, ontspanning, zonder segregatie tussen oud en jong, man en vrouw, kleur, godsdienst, taal,…

Alle categoriën van mensen komen daarbij aan bod. Er wordt nagedacht over hoe o.a. vluchtelingen en ontheemden kunnen geïntegreerd worden in een dergelijke samenleving.

 

Om de tijdsgeest te vatten leest elke student 1 boek naar keuze van Michel Houellebecq.

Om het proces aan te zwengelen en theoretisch te ondersteunen, gebruikt elke student 1 hoofdstuk van de 31 uit het boek “Waarover men niet spreken kan” van Stefan Hertmans – ISBN 90 5487 337 X – en brengt het item in het team waar het wordt verwerkt in het project.

Er wordt een holistische architectuur-terminologie gebruikt als criteria voor toetsing van kwalitatieve ruimtelijkheid.

Er wordt daarbij gebruikt gemaakt van relevante cases, van relevante architectuur, van relevante kunst, van relevante literatuur, van relevante film als referentie om 33 criteria te definiëren.

– GASTDOCENTEN: Johan Dierickx. Denis Dujardin, Rudy De Backer, Koen Deprez, Jiri Klokočka.

Er wordt gewerkt in teams van 3 studenten.


16 A3’s per team van 3 studenten + 1 A3 analoge axonometrie per student.


(4 A3 SRP / “maatschappelijke relevantie” per team, 4 A3 AR / “ruimtelijkheid” per team, 4 A3 BT / “wordingsproces” per team; 4 A3 MiMe / “communicatie” per team & 1 A3 analoge axonometrie per student).


 


No results found