Architectuur voor, door en als kunst

[AVDAK]

NL
Zoals de naam van het AOB suggereert, wil het architectuur als kunstvorm verkennen, door mechanismes uit de kunst te identificeren, te benoemen en te contextualiseren en in te zetten voor het begrijpen, ontwerpen en maken van tentoonstellingsarchitectuur voor kunst. Het is een ontwerpmatig onderzoek gericht op het ontwikkelen, expliciteren en bevragen van architecturale ontwerpstrategieën vanuit het overlappende veld tussen kunst en architectuur; een veld dat aanwezig gesteld wordt door het ontwerp en de realisatie van een ruimtelijke ‘display’. Cureren – gezien als de ruimtelijke distributie van argumenten en een discours – wordt hierbij ingezet als een educatief en onderzoeksmatig middel tot generen en overbrengen van zowel beeldende als discursieve kennis over de persoonlijke relatie met architectuur.
Het academisch ontwerpbureau AVDAK wil èn de praktijk èn het onderwijs èn onderzoek van cureren als leervorm consolideren en verder ontwikkelen. Naast deze ontwerpstudio in de masters, organiseert AVDAK ook The/Le/Het Salon, een elective op masterniveau in semester 2.

EN
The Academic Design Office ‘Architecture for, through and as Art’ aims to explore architecture as an art form, through identifying, naming and contextualizing mechanisms from art and using them to understand, design and create exhibition architecture for art. It is a design driven research that focusses on the development, articulation and evaluation of architectural design strategies in the overlapping field between art and architecture. Curating – defined as ‘conceiving a discourse as a spatial distribution of arguments’ – is used as an educational and research tool for generating and conveying both visual and discursive knowledge about one’s personal relationship with architecture.

NL

Niet zo lang geleden had de opleiding architectuur aan Sint-Lucas het credo “architectuur is kunst of het is geen architectuur”. Het stond als opschrift op de gevel van een voormalige meubelmagazijn waar sinds de jaren ’90 van vorige eeuw architectuur wordt onderwezen. De slogan was het standpunt van een architectuuropleiding dat geformuleerd werd in de nasleep van het debat dat zich in de jaren ’50 in Italië had ontwikkeld omtrent de kunst van het tentoonstellen. Maar wat maakt architectuur nu net tot architectuur? Alle succesvolle architecten ontwerpen zowel musea, als installatiekunst, als tentoonstellingsscenografieën; ze werken vaak met kunstenaars samen en halen te pas en te onpas kunstenaars aan als referentie voor hun bijzonder kijk op de wereld; heeft beeldende kunst dan misschien een bevoorrechte positie in het hedendaags architectuurdiscours? Kunnen we hierover iets leren vanuit de beeldende kunsten? Kunnen mechanismen uit beeldende kunst architectuur inspireren, of zelfs genereren?

Deze reflectie over het maken van architectuur als, door en voor kunst wordt aangewakkerd door bezoeken (aan de CERA collectie, M HKA en andere collecties en musea) en door architecten, scenografen & curatoren die worden uitgenodigd om deel te nemen aan de salons. De salons zijn momenten waarop in een ruimtelijke context met het materiaal dat tijdens de studio geproduceerd wordt als beeldende gesprekspartners wordt gesproken over het spanningsveld of raakvlak tussen architectuur en kunst. De salons plaatsen vraagtekens, openen nieuwe pistes, inspireren, contextualiseren… Met (onder voorbehoud) Christian Kieckens, Anthony Hudek, Richard Venlet e.a.

 

EN

Not so long ago, the school of architecture St. Lucas had the credo “architecture is art or it is not architecture”. It was placed on the facade of a former furniture store, where architecture was taught since the 1990s. The slogan took a stance towards an architectural education and was formulated in the aftermath of the debate about the art of exhibition developed in Italy in the 1950s. But what makes architecture architecture? All successful architects design museums, installations and scenographies for exhibitions; they often collaborate with artists and rely on artists as reference for their particular perspective on the world; does visual art has a privileged position in contemporary architectural discourse? Can we learn something from visual arts about this? Can mechanisms from visual art inspire, or even, generate architecture?

This reflection on conceiving and making architecture as/through and for art is instigated by guided tours (CERA-collection, M HKA and other collections and museums) and lectures by architects, scenographers and curators we invite to participate in the so-called SALONS. With the stuff that has been produced during the studio as visual interlocutors, the salons are inspiring moments of debate where the relation between architecture and art is discussed with professionals active in the overlapping field of arts and architecture. Our guests are (with a proviso) Christian Kieckens, Anthony Hudek, Richard Venlet et al.

NL


In deze studio ontwikkel je met een BOEK, PROGRAMMA, COLLECTIE en KUNSTWERK als protagonisten een project waarin je de relatie tussen kunst en architectuur ontwerpmatig verkent.


BOEK – https://wouterdavidts.com/publications/books-3/


“Triple Bond” is not a book about museum architecture. That is, not only. While the fourteen essays gathered in this volume focus on the architecture of museums built over the past five decades, they also concentrate on larger develop­ments in art within that same timeframe. Likewise “Triple Bond” is not exclusively about art and architecture either. Even though it deals with the dialogue between the disciplines and practices of art and architecture, it contemplates just as much the changes within that very institution where the dialogue has been taking place most intensely: the museum.


PROGRAMMA – https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/02/23/mhka-verhuist-naar-hof-van-beroep-in-antwerpen/


[Spiksplinternieuw museumgebouw, kostprijs 65 miljoen] Het Hof van Beroep (een ontwerp uit 1973 van architecten Appel en Welslau) zal worden afgebroken. In de plaats komt een nieuw museum, waarvoor een architectuurwedstrijd wordt uitgeschreven. “In het voorjaar van 2019 hopen we een laureaat te hebben,” zegt minister Gatz in “De Wereld Vandaag” op Radio 1. “Een realistische raming is dat het nieuwe  museum in 2024 open gaat.” De Vlaamse regering trekt 65 miljoen euro uit voor het nieuwe M HKA. [Dubbel zo groot] Bart De Baere, directeur van het M HKA, is tevreden: “Het nieuwe museum zorgt voor een verdubbeling van de huidige infrastructuur.” Daardoor is ook een vaste collectiepresentatie mogelijk, die tot nu toe ontbrak. De Baere wil ook een “maatschappelijke trekpleister” worden, met oog voor “openheid, verandering, diversiteit”, verduidelijkt hij aan Radio 2.


COLLECTIE – https://www.dbnl.org/tekst/_vla016201001_01/_vla016201001_01_0062.php


In het verlengde van haar doelstelling om beloftevolle en gevestigde maar ondergewaardeerde Belgische kunstenaars te steunen, heeft Cera heel wat kunstwerken verworven. Zo ontstond volgens deskundigen een van de belangrijkste collecties van Belgische hedendaagse beeldende kunst, vooral voor de jaren ’90 van de vorige eeuw. Het is echter een atypische collectie, omdat ze niet tot stand kwam met het doel te verzamelen, noch met het doel te investeren. Hoewel: er werd geïnvesteerd, maar in de groeikansen van mensen en niet meteen met het oog op een financiële opbrengst. De collectie vertoont daarom opvallende lacunes: een aantal mensen die voor de jaren ’90 heel belangrijk waren en nog altijd de scene aanvoeren, zoals Luc Tuymans of Wim Delvoye, vindt men er niet in terug. Zij hadden de steun van Cera niet nodig om zich waar te maken en kwamen dus niet in de collectie terecht. […] Wat het beheer van de collectie betreft hanteert Cera een open visie. Ze gaat ervan uit dat de omgang met de collectie in het verlengde moet liggen van het ondersteuningsbeleid. Haar collectie staat daarom ter beschikking van tentoonstellingsorganisatoren, op voorwaarde van een professionele aanpak, een gepaste context en het akkoord van de kunstenaar.


KUNSTWERK – http://ensembles.mhka.be/items/4306


De kamers van Jan Vercruysse nemen hun plaats in binnen de traditie van de ‘kunstkamer’, in de westerse kunstgeschiedenis het thema bij uitstek om te reflecteren over kunst. Het zijn kunstwerken die kunst impliceren. Met een zeker verwachtingspatroon benadert men deze doosachtige constructies, deze cultusplaatsen. Streng, monumentaal en rijkelijk aandoend door de mahoniehouten bekleding lijken ze ontvreemd uit een sacristie, een indruk die nog versterkt wordt door het halfduister interieur waarin een trap leidt naar een spiegelvlak dat enkel een leegte weerkaatst. Afgesneden van de omliggende ruimte en ontdaan van elke specifieke tijdelijkheid is deze kamer enkel een plaats, maar dan wel een plaats die men niet kan betreden, noch fysisch, noch mentaal. Als houders van de afwezigheid van het beeld zijn de kamers negatieve representatieruimten die lijnrecht tegenover de ‘kunstkamer’ en de tentoonstellingsruimte staan. In die zin duiden ze de niet-plaats van de kunst aan.


 


EN


The output of this studio is a project that explores the relation between art and architecture trough designing. The protagonists for this project are a specific BOOK (Triple Bond: Essays on Art, Architecture and Museums by W. Davidts – https://wouterdavidts.com/publications/books-3/), a PROGRAM (museum for contemporary art in Antwerp – https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/02/23/mhka-verhuist-naar-hof-van-beroep-in-antwerpen/), a COLLECTION (CERA collection – https://www.dbnl.org/tekst/_vla016201001_01/_vla016201001_01_0062.php) and an ARTWORK (Chambre III by Jan Vercruysse – http://ensembles.mhka.be/items/4306?locale=en).


No results found